10 december 2024

08-01-2012 Dag 1 in het Krugerpark


In Marloth Park worden we vroeg wakker. Maar we kunnen nog niet gelijk naar het Krugerpark, aangezien we moeten wachten tot de toegang is geopend. Maar rond onze woning worden we al gelijk verrast door de Bosbok die hier een regelmatige bezoeker blijkt te zijn.

De bosbok (Tragelaphus scriptus) is een middelgrote antilope die voorkomt in bossen en struikgebieden in centraal en zuidelijk Afrika. De bosbok is nauw verwant aan de sitatoenga en de bongo. Het is een algemene soort, die zich vrij goed kan aanpassen aan veranderende omstandigheden.
De vachtkleur varieert van lichtbruin via roodbruin tot donkerbruin. Vrouwtjes en kalfjes hebben over het algemeen een lichtere vachtkleur, vaak rood, mannetjes zijn meestal donkerder. Naarmate mannetjes ouder worden, worden ze donkerder. Op het lichaam, voornamelijk op de rug en de achterzijde, lopen witte verticale strepen (maximaal zeven) en witte stippen. De kop is vaak lichter van kleur. Over de snuit loopt een zwarte streep, en op de wang en de oren zit een witte vlek. De bosbok heeft een brede pluimstaart. Deze is aan de onderzijde wit en aan de punt zwart. Een korte, dunne, bleke maan van langer haar loopt over het algemeen over de rug, van de schouders tot de staart. Bij het mannetje is de buik donker van kleur. Boven de zwarte hoeven zitten witte strepen. Enkel de mannetjes hebben hoorns. Deze hebben een lengte van 25 tot 57 cm en zijn bijna recht, met een enkele draai (soms twee).
De bosbok heeft een kop-romplengte van 105 tot 150 cm, een schouderhoogte van 61 tot 100 cm en een lichaamsgewicht tussen de 24 de 80 kg (afhankelijk van geslacht en ondersoort). Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes. Mannetjes wegen tussen de 30 en 80 kg, vrouwtjes tussen de 24 en 60 kg.
De bosbok komt voor in lichte tot dichte vegetatie, variërend van struikgewas tot open bos en van dichte wouden tot rietvelden. De bosbok weet zelfs te overleven in landbouwgebieden. Hij heeft een voorkeur voor bosranden en gebieden met dicht struweel, het liefst in de buurt van water, maar hij kan overleven op dauw. De bosbok leeft in bijna geheel Afrika ten zuiden van de Sahara. Hij ontbreekt enkel in de al te droge streken in het zuidwesten en het noordoosten. De bosbok kan tot 3000 m hoogte in Oost-Afrikaanse bergen gevonden worden.
De bosbok eet een grote variatie aan plantaardig voedsel, hoofdzakelijk gras, kruiden uit de vlinderbloemenfamilie, bladeren en scheuten, maar hij vult zijn dieet aan met ander materiaal als plantenwortels, knollen, landbouwgewassen en vruchten. Hij volgt ook bavianen en andere apen, zodat hij kan eten van de vruchten die deze dieren laten vallen. De bosbok is zowel 's nachts als overdag actief, maar in de buurt van door mensen bewoonde gebieden is hij overwegend 's nachts actief. Hij rust in dichte vegetatie.
De bosbok leeft solitair of in paren. Soms leeft hij in kleine familiegroepjes. Het woongebied van een bosbok kan een oppervlakte van soms wel 50.000 vierkante meter beslaan. De woongebieden overlappen vaak met die van soortgenoten. Een bosbok is niet territoriaal. Tussen mannetjes bestaat een hiërarchie, bepaald door leeftijd (af te lezen aan de kleurpatronen) en door testosteron-opwellingen.
Één jong wordt geboren na een draagtijd van ongeveer zes maanden. Het kalf blijft de eerste vier weken verborgen in het struikgewas. Na een jaar is het zelfstandig en volgroeid. De hoorns van een mannetje zijn echter pas na drie jaar volgroeid. Een bosbok kan maximaal twaalf jaar oud worden.

't Is best bijzonder als zo'n beestje om je huis heen scharrelt. Maar we zijn hier ook om naar het Krugerpark te gaan. En hoe je je thuis ook hebt voorbereidt, het is altijd toch weer anders dan je je kunt voorstellen. Alleen de omvang van het park al. Veel groter dan wij vaak denken.'
Het Krugerpark is 380 km lang, gemiddeld 60 km breed en heeft een totale oppervlakte van ongeveer 20.000 km². Het noordelijke gedeelte beslaat een vrij dorre wildernis met ijzerbomen en zanderige rivieren. Het midden en zuiden worden voornamelijk gekenmerkt door grasvlakten.

De weg ernaartoe is langer dan we hadden ingeschat. Maar rond 06:30 zijn we bij het park. We gaan het park in via Crocodile Bridge Gate.



Al snel zien we een Groene meerkat of Blauwaap, die ons in de gaten heeft. Het eerste wild is door ons in Kruger gespot... In het Krugerpark wordt stapvoets gereden. Dan is de kans het grootste om wild te zien. 
En al snel ontwaren we in de verte een paar impala's. Deze dieren zullen we nog heel veel tegen komen. Ook vandaag trouwens. Maar deze eerste ontmoetingen vonden we nu al geweldig. In het Kruger kom je ogen en oren tekort. Je moet heel goed om je heen kijken om niets te missen.
Zoals bijcoorbeeld deze Roodsnaveltok, die we nog vaker tegen zullen komen.


De vervet, Zuid-Afrikaanse groene meerkat of blauwaap (Chlorocebus pygerythrus) is een soort van het geslacht groene meerkatten (Chlorocebus). Van alle groene meerkatten heeft de vervet het grootste verspreidingsgebied, dat zich uitstrekt van Zuid-Afrika tot Ethiopië. Het is een algemene apensoort, die vaak in de buurt van nederzettingen te vinden is.
De vervet is een zeer beweeglijke, slanke primaat met lange ledematen. De vacht is ruw en vrij lang. De rug en kroon zijn over het algemeen lichtgrijs met een olijfgroene gloed. De vachtkleur verschilt per regio. Zo hebben de dieren in Oost-Afrika een gelige zweem over het midden van de rug, terwijl de dieren in Mozambique een rode zweem hebben en de Zuid-Afrikaanse dieren donkergroen zijn. De borst en buik zijn wit, de onderste delen van de benen grijzig wit. De staart, die even lang is als de rest van het lichaam, is grijzig met een zwarte punt. Het korte haar op de handen en voeten is zwart van kleur. Het gezicht is eveneens zwart, net als de kleine oren. Rondom het gezicht, van de wangen tot de wenkbrauwboog, loopt een witte vachtkring. De ogen zijn donkerbruin van kleur. Haarpluimen rond de anus en staartwortel zijn roodbruin. Het mannetje heeft een turquoise tot lazuurblauwe scrotum en een scharlakenrode penis.
De hoektanden zijn lang: tot 3,2 cm bij het mannetje, gemeten vanaf het tandvlees.
Het mannetje heeft een kop-romplengte van 50 tot 65 cm, het vrouwtje 38 tot 62 cm. De staartlengte is 48 tot 75 cm. Het mannetje heeft een lichaamsgewicht van gemiddeld 5,5 kg (3,8 tot 8 kg), het vrouwtje van 4,1 kg (3,4 tot 5,2 kg). Eilanddieren, zoals op Pemba en in het Victoriameer, zijn kleiner dan dieren van het vasteland.
De vervet leeft verspreid over het zuiden en het oosten van het Afrikaanse continent, van de Ethiopische Riftvallei en Zuid-Somalië in het noorden, via de laagvlakten van Ethiopië, Kenia, Tanzania, Oeganda, Zambia ten oosten van de rivier de Luangwa, Malawi, Mozambique, Zimbabwe en Botswana tot in Zuid-Afrika, waar hij in alle provincies kan worden aangetroffen. Hij wordt ook aangetroffen op eilandjes voor de kust van Kenia en Tanzania, zoals Pemba, Mafia en Manda. Hij ontbreekt grotendeels in het droge westen van zuidelijk Afrika, waar hij voornamelijk wordt aangetroffen langs rivieren als de Oranjerivier en de Okavango. Ten westen van de Luangwa wordt zijn plaats ingenomen door de nauw verwante malbrouck (Chlorocebus cynosuros).
De vervet komt algemeen voor in licht beboste gebieden, zoals boomsavannes, miombo, rivierbossen (bij voorkeur gedomineerd door acacia's) en mangrovebossen langs de kust, tot op een hoogte van 3000 meter. De vervet kan ook dicht bij de mens worden aangetroffen, zowel in landbouwgebieden als in buitenwijken van stedelijke gebieden. De vervet is voor zijn verspreiding afhankelijk van water. Hij ontbreekt grotendeels in woestijngebieden en dichte wouden.
De vervet is een diurnaal dier, wat wil zeggen dat hij overdag actief is. De nacht brengen zij door in een boom, soms langs een rotswand. De vervet is een goede klimmer.
Foerageren gebeurt voornamelijk op de grond, maar ook in bomen. 's Ochtends en voor het vallen van de avond wordt er voornamelijk naar voedsel in de buurt van de slaapboom gezocht, tegen het middaguur gaan zij op foerageertocht door het open veld. Daarbij kunnen zij grote afstanden afleggen, waardoor groepsleden wel 300 meter van elkaar verwijderd kunnen raken. Ze blijven wel binnen het territorium.




De vervet eet een grote verscheidenheid aan plantaardig materiaal, waaronder vijgen, bessen, marula en ander fruit, bladeren, grassen, zaden en peulen, gom en bloemen. Belangrijke bomen zijn Acacia, Albizia en Ziziphus micronata. Daarnaast worden ook insecten en andere ongewervelden geconsumeerd, vooral termieten en sprinkhanen. Soms eten ze vogeleieren en kleine gewervelde dieren, waaronder jonge vogels en hagedissen. Wanneer een vervet dicht bij mensen leeft, voedt hij zich ook met brood en gewassen. De vervet drinkt dagelijks.
Het is een zeer sociale aap, die in troepen leeft van meerdere vrouwtjes en enkele onverwante mannetjes. Afhankelijk van de omstandigheden kan een troep bestaan uit zes tot meer dan vijftig dieren. Een troep van tien tot dertig dieren is het meest gebruikelijk. In Oeganda werd een gemiddelde groepsgrootte van negen tot elf dieren aangetroffen.

Vrouwtjes blijven in de troep waarin ze geboren zijn. Mannetjes verlaten de troep na de puberteit, om vervolgens van troep naar troep te zwerven. Een mannetje trekt ongeveer drie jaar met een troep op. Binnen de troep heerst een strikte vorm van hiërarchie. Zowel onder de mannetjes als onder de vrouwtjes heerst een hiërarchie. Enkel het dominante mannetje heeft het recht om te paren. De hiërarchie onder vrouwtjes wordt bepaald door verbintenissen tussen verwante vrouwtjes: vrouwtjes uit familie A staan hoger in de hiërarchie dan vrouwtjes uit familie B. Sociale banden worden gesmeed door middel van vlooien.

Deze troep kent een territorium met duidelijke grenzen. De grootte van het territorium is afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel en bedraagt volgens onderzoek in Kenia tussen de 18 en 96 hectare. In het centrum van het territorium staat een grote boom of groepje struiken, dat dient als schuil- of slaapplaats. De grenzen van het territorium worden niet verdedigd met agressief gedrag, alhoewel de dieren elkaar kunnen achtervolgen.

De vervet communiceert met een grote reeks aan roepen en visuele signalen. Bij een studie in 1967 werden 36 roepen vastgesteld, met 21 tot 23 verschillende boodschappen.

De vervet waarschuwt zijn groepsleden voor een predator door geluid te produceren. Voor de drie belangrijkste predatoren (slangen, roofvogels, en luipaarden en andere op de grond jagende roofdieren) hebben ze een ander waarschuwingssignaal. De roep voor de luipaard laat dieren de boom in vluchten, die voor een roofvogel ze omhoog laat kijken en de bosjes in vluchten, terwijl bij de roep voor een slang enkele dieren op hun achterpoten gaan staan om het gras af te speuren. De jongen hebben een aangeboren neiging om deze geluiden bij gevaar te produceren.

De vervet kent geen vaste paartijd. Sommige gebieden kennen wel in vaste maanden een geboortepiek. Als het mannetje bereid is om te paren, laat hij zijn felgekleurde genitaliën zien. De draagtijd bedraagt 160 tot 170 dagen. Per worp wordt er één jong geboren. Tweelingen zijn zeldzaam. Het pasgeboren jong is zwart met een roze gezicht en weegt 300 tot 400 gram. De jongen worden vier maandengespeend. Het vrouwtje blijft echter voor het jong zorgen tot de komst van het volgende jong.

Vrouwtjes in gevangenschap kunnen zich al voortplanten als zij 2,5 jaar oud zijn, maar in het wild gebeurt dit meestal later: in Amboseli Nationaal Park, Kenia, krijgen vrouwtjes hun eerste jong als ze ongeveer vijf jaar oud zijn.

Vervets zijn gevoelig voor predatie. In een populatie in Amboseli, Kenia, was predatie verantwoordelijk voor 50% van de sterfgevallen. In één jaar was een enkele luipaard zelfs verantwoordelijk voor de dood van 70% van alle dieren. Naast de luipaard zijn de belangrijkste predatoren kroonarend, vechtarend en rotspython. Ook andere dieren, waaronder de groene baviaan, grijpen soms een vervet.

De vervet is een algemene, niet-bedreigde diersoort, die geregeld te vinden is in de buurt van de mens. Aangezien hij zich voedt met landbouwgewassen, kan hij zich in de buurt van akkers, boomgaarden en tuinen ontwikkelen tot een ware plaag. Om die reden worden zij zwaar bejaagd. In sommige gebieden, zoals in het district Turkana in Noordwest-Kenia, is de vervet onderdeel van het bushmeat.

Impala of rooibok

Giraffe

Blauwe Gnoe

Helmparelhoen

Vale toerako

Knobbel- of wrattenzwijn.

Opnieuw een Impala. Maar let op, deze heeft een passagier.

Swainsons frankolijn

Grote glansspreeuw

Lelspreeuw (Creatophora cinerea) is een vogel en komt voor op grasland, landbouwgrond, savanne en open bos. De vogel komt vrijwel overal in zuidelijk Afrika voor. Ze komen vaak in grote groepen voor en voegen zich vaak bij andere spreeuwen. De vogel is 19 – 21 cm groot en weegt 52 – 84 gram.


Kuiffrankolijn

Enkele opnamen van de blauwe gnoe met hun jongen. 

de Afrikaanse boomslang
De meeste leden van de familie van gladde slangen (Colubridae) zijn onschadelijk of hebben een relatief zwak gif. De boomslang heeft echter een zeer krachtig gif dat hij aflevert middels grote, diep gegroefde hoektanden, die net als bij de meeste andere giftige gladde slangen aan het achterste deel van de kaak zijn bevestigd. Dit type gifapparaat wordt ophistoglyf genoemd. De boomslang is een van de gevaarlijkste van de slangen met deze methode van het toedienen van gif. De beet van een boomslang kan dodelijk zijn voor mensen en is als zodanig gemeld in tegenstelling tot beten van adders. In 1957 stierf de bekende herpetoloog Karl Schmidt na te zijn gebeten door een boomslang. D.S. Chapman verklaart dat er tussen 1919 en 1962 acht gevallen van beten door boomslangen hebben plaatsgevonden, waarvan er uiteindelijk twee fataal afliepen.

Afrikaanse zeearend (Haliaeetus vocifer)

Blauwkeelagame (Acanthocercus atricollis of Agama atricollis)

Wrattenzwijn - Knobbelzwijn (Phacochoerus aethiopicus)

Zuidelijke Geelsnaveltok - Geelbekneushoornvogel
 (Tockus leucomelas)


Luipaard (Panthera pardus) 

De eerste kennismaking met Kruger zit erop. Wat een indrukken en wat hebben we veel gezien in ruim één morgen. Werkelijk overweldigend. 

We keren terug naar 'ons' huis in Marloth. 




Schemer kent Zuid Afrika niet. opeens is het donker en breekt de nacht aan. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

17-01-2012 Naar Graskop

Op 17 januari voor we vertrekken gaan we nog met een vroege safari het gebied in. Het is nat, want het blijft regenen. Op de foto's is t...