Een volgende dag in het Krugerpark.
We reden rond 07:15 uur het Krugerpark binnen, opnieuw via Crocodile Bridge. Al snel bespeurden we wat opwinding bij neushoorns die zich een stukje van ons af bevonden. Voor de goede orde, als het gaat over de neushoorn, dan bedoelen we de Witte - of Breedlipneushoorn. De zwarte neushoorn is een soort die weliswaar nog in het Krugerpark voorkomt, maar zich sporadisch laat zien. Maar ook deze Witte neushoorn wordt bedreigd door stropers. Wie in Azië hoge koorts heeft, flink duizelig is of last heeft van een bloedneus, loopt kans als medicijn de gemalen hoorn van een neushoorn te krijgen. De laatste tijd is de hoorn in Vietnam bij rijke mensen erg populair als medicijn tegen kanker. De werkzaamheid ervan is echter nooit wetenschappelijk aangetoond.
Hier gaat het om een gevecht tussen neushoorns onderling. Omringd door koereigers. In een gevecht, zoals hier, twee tegen een, is de verliezer al bij voorbaat duidelijk. Je kunt alleen maar hopen dat de verliezer dit zelf tijdig in de gaten heeft. Anders zal hij (het zijn vaak de mannetjes) het leven laten.
De witte neushoorn is een groot en vooral erg stevig gebouwd dier met een dikke, bleekgrijze huid en een kort staartje met stijve haren aan het uiteinde. Hij is niet lichter van kleur dan de zwarte neushoorn. De witte neushoorn dankt zijn naam aan een verkeerde vertaling door de Engelsen van het Afrikaanse wyd, dat "wijd, breed" betekent en niet "wit". In het Afrikaans is de foute vertaling trouwens ook weer overgenomen: men noemt de neushoorn daar renoster en de witte neushoorn witrenoster. Wijd slaat op de lippen, die bij de witte neushoorn inderdaad breed zijn, terwijl de lippen van de zwarte neushoorn eerder puntig zijn. Deze lippen gebruikt de witte neushoorn om te grazen, terwijl de puntige lip van de zwarte neushoorn hem beter in staat stelt om bladeren en twijgen te plukken.
De witte neushoorn heeft een lange, rechthoekige kop, waarbij vooral het voorhoofd lang is. De oren zijn groot, ovaal en hoog op de kop geplaatst, de ogen zijn klein, laag op de kop en zijwaarts gericht. Het zichtvermogen is vrij slecht ontwikkeld, de reuk en het gehoor veel beter. De witte neushoorn heeft twee hoorns op zijn neus, gemaakt van keratine. De voorste hoorn is het grootst, gemiddeld zestig centimeter lang. De achterste hoorn is kleiner en dikker.
Vrouwtjes leven samen met hun jongen in een woongebied van 4 tot 12 km² groot. Deze gebieden overlappen met die van andere neushoorns. Witte neushoornvrouwtjes zijn (in tegenstelling tot zwarte neushoorns) zeer tolerant tegenover soortgenoten. Vaak zijn meerdere neushoorns bij elkaar te vinden.
Mannetjes zijn territoriaal. Ze markeren hun territorium door middel van mesthopen, urine, en door hun lichaam en hoorns tegen grote rotsen en bomen te wrijven. Ook bewaken de mannelijke neushoorns het territorium door de grenzen continu te verkennen.
De witte neushoorn is zowel overdag als 's nachts actief. In het droge seizoen houdt de witte neushoorn overdag een middagslaapje. Ze zoeken dan schaduwrijke plekken op, en rusten totdat de temperatuur gedaald is. Buiten het droogteseizoen wisselt hij ook rustpauzes af met momenten om te grazen, maar hij doet dit niet op vaste tijden.
De witte neushoorn is een echte grazer. Hij heeft een voorkeur voor kortere grassen als Cynodon en Digitaria, die hij met de brede lippen afgraast. Hij kan vier tot vijf dagen zonder water, maar zal meerdere malen per dag drinken als er een waterloop nabij is.
Na een draagtijd van 16 maanden wordt één jong geboren. Het jong heeft nog geen hoorn. Na twee maanden eet het jong al vast voedsel. Na twee tot drie jaar zijn de neushoorns oud genoeg om op zichzelf te staan en worden ze weggejaagd door hun moeder. Meestal planten vrouwtjes zich voor het eerst voort als ze vijf jaar oud zijn. Het eerste kalf wordt dus geboren als de vrouw 6½ jaar oud is.
Blauwe Gnoe
Roodsnaveltok of roodsnavelhoornvogel
De mestkever (Circellium bacchus) loopt op z'n kop en vervoert
zo een bal mest, waarin straks een ei wordt gelegd.
Jacobijnkoekoek
De Afrikaanse gaper (Anastomus lamelligerus) is een grote waadvogel uit de familie van de ooievaars. Hij leeft in natte, open gebieden die wetlands genoemd worden, ten zuiden van de Sahara. De Afrikaanse gaper is een grote, zwarte ooievaar met een grote snavel. De snavel is kenmerkend voor de soort vanwege de vreemde opening in het midden. Deze opening is aan beide zijden even wijd en heeft een lengte van 6 millimeter. De snavel kleurt van ivoor-wit aan de basis tot aan diep zwart aan de punt. De onvolwassen of juveniele hebben een softere uitstraling dan de ouderdieren. Ook het kenmerkende gat in de snavel ontbreekt op de jonge leeftijd.
Deze ooievaar-achtige heeft een lengte van 81 tot 94 centimeter en kan een massa behalen tot 1,3 kilogram. De mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes.
Het verenkleed heeft in het algemeen een donkere kleur, maar in het zonlicht verschijnt er een groenige glans over de veren heen.
De Afrikaanse gaper leeft in vochtige gebieden, draslanden genoemd. Ook verschijnt hij aan kustwateren en natte, savanne gebieden. Hij voedt zich met een soort waterslakken die hij uit het water zeeft. Ook aast hij op mosselen, landslakken, kikkers, krabben, wormen, vissen en insecten.
De Afrikaanse gaper houdt zich meestal rondom groepen nijlpaarden schuil. Deze nijlpaarden bieden hen bescherming tegen vijanden, zoals krokodillen, maar zorgen ook voor meer voedsel. De nijlpaarden woelen de modder op de oevers om waardoor meer voedsel naar boven komt.
Deze ooievaar-achtige heeft een lengte van 81 tot 94 centimeter en kan een massa behalen tot 1,3 kilogram. De mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes.
Het verenkleed heeft in het algemeen een donkere kleur, maar in het zonlicht verschijnt er een groenige glans over de veren heen.
De Afrikaanse gaper leeft in vochtige gebieden, draslanden genoemd. Ook verschijnt hij aan kustwateren en natte, savanne gebieden. Hij voedt zich met een soort waterslakken die hij uit het water zeeft. Ook aast hij op mosselen, landslakken, kikkers, krabben, wormen, vissen en insecten.
De Afrikaanse gaper houdt zich meestal rondom groepen nijlpaarden schuil. Deze nijlpaarden bieden hen bescherming tegen vijanden, zoals krokodillen, maar zorgen ook voor meer voedsel. De nijlpaarden woelen de modder op de oevers om waardoor meer voedsel naar boven komt.
Smidsplevier
Geelkeelschildhagedis
Palmtortel
Grote koedoe (Tragelaphus strepsiceros)
Op de terugweg uit het Krugerpark naar Marloth komen we langs een bananenplantage. De vruchten worden met vuilniszakken beschermd. Weer terug bij ons verblijf, krijgen we gelijk weer bezoek van diverse gasten:
Cape dwarf gecko
Knobbel- of wrattenzwijn.
Maar het is niet alleen de fauna die ons boeit. Ook de flora in veel soorten vraagt terecht onze aandacht.
???
Strophanthus speciosus






































Geen opmerkingen:
Een reactie posten